skip to content

De Roze Wolk Die Uitelkaar Spat

Recent heeft het gerechtshof Utrecht een interessante uitspraak gedaan ter zake van het beëindigen van een liefdesrelatie. De casus was als volgt.

 

Terwijl de man nog in de afwikkelingsfase zat van zijn vorige relatie, ontstond er een liefdesrelatie met een andere vrouw. De man vertelde de vrouw dat hun relatie pas een toekomst zou hebben, indien de vorige relatie volledig zou zijn afgewikkeld. De man moest hiervoor wel een hypothecaire lening afsluiten van ruim € 300.000,00. De vrouw was op dat moment nog tot haar oren verliefd op de man en wilde natuurlijk de toekomst van hun relatie niet op het spel zetten en zij was bereid in te gaan op het verzoek van de man om hoofdelijk mee te tekenen voor deze hypothecaire lening. Zo gezegd, zo gedaan.

 

Op deze wijze kwam er € 300.000,00 vrij die werd aangewend om de vorige relatie van de man financieel af te wikkelen. De vrouw besefte op dat moment onvoldoende dat zij enkel en alleen hoofdelijk een schuld van

€ 300.000,00 was aangegaan, zonder dat zij mede eigenaar was geworden van de woning die verbonden was aan deze hypothecaire lening.

 

Ondanks  dat de vrouw zeer loyaal was, kende hun relatie slechts een korte duur van ruim één jaar. De vrouw verliet de woning en wilde zich elders vestigen. De vrouw kon evenwel geen nieuw bestaan opbouwen, omdat zij een schuld had van ruim € 300.000,00. De vrouw heeft dan ook eerst zelf en later via haar belangenbehartigers ruim tweeëneenhalf jaar getracht de man te bewegen om zich tot het uiterste in te spannen,  opdat zij uit de hypothecaire schuld zou worden ontslagen. De man wilde echter op geen enkele wijze medewerking verlenen. Ook wilde de man de woning niet verkopen. Het leven van de vrouw stond op dat moment op een dood punt.

 

Uiteindelijk heeft het gerechtshof te Utrecht dan ook beslist dat de man zijn medewerking moest verlenen om te komen tot de verkoop van de woning, waaraan de hypotheek was gekoppeld. Het gerechtshof laat voor wat betreft de positie van de man geen spaan heel van de man. In de ogen van het gerechtshof had de man al veel eerder zijn medewerking moeten verlenen om te komen tot de verkoop van de woning, nu de onderliggende relatie was beëindigd. Het gerechtshof was dan ook van oordeel dat de man onrechtmatig handelde tegenover de vrouw door op geen enkele wijze zijn medewerking te verlenen.

 

Ik stond in deze procedure de vrouw ter zijde, nadat de vrouw in eerste aanleg haar vordering zag afgewezen, omdat de rechtsgrond op dat moment niet voldoende was aangegeven. Alhoewel de cassatietermijn nog loopt, lijkt het mij uitgesloten dat de man in cassatie zal opkomen tegen deze uitspraak van het gerechtshof.

 

Copyright 2016 ©|  Webdesign door: ICT meester