skip to content

Het Huurbeding

In iedere hypothecaire akte is een bepaling opgenomen dat het registergoed waaraan een hypotheek is gekoppeld niet mag worden verhuurd. In de casus waarbij ik was betrokken was de situatie bijzonder. Het echtpaar dat bestond uit een tweetal zonen had zich ontfermd over een meisje, die een relatie had met één van de zonen en waarvan de ouders plotseling bij een ongeval waren overleden. Het meisje had zich keurig ingeschreven op het adres van het gezin en woonde daar al vele jaren. Het gezin werd evenwel geconfronteerd met een terugval in inkomen, waardoor over een geruime periode de hypothecaire lasten niet werden betaald. De bank deelde dan ook mede dat er tot een veiling van de woning zou worden gekomen.

 

Sedert 1 januari 2015 zijn banken verplicht het huurbeding altijd in te roepen. Echter mijn cliënt, het gezin, was van mening dat het inroepen van het huurbeding in deze kwestie niet mogelijk was vanwege het feit dat het meisje geen huurbeding had gesloten met het gezin.
Immers zij maakte deel uit van het gezin en er was ook geen sprake van een huurrelatie.

 

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden heeft vervolgens beslist dat het huurbeding door de bank ten onrechte was ingeroepen. Dit betekende dat de bank de procedure heeft verloren voor wat betreft het inroepen van het huurbeding.

 

Deze uitspraak staat op zich zelf en wordt niet ondersteund door andere uitspraken. Echter het loont derhalve wel de moeite om verweer te voeren in een kwestie ter zake van het inroepen van het huurbeding, indien er geen sprake is van een huurovereenkomst.

 

Copyright 2016 ©|  Webdesign door: ICT meester