skip to content

De Superverpleegster

In Nederland zijn er ongeveer 80.000 ZZPers die als roeping hebben om optimale zorg te bieden aan patiënten. Deze zorg vindt continu plaats en wordt veelal gegeven daar waar de patiënt woont. Omdat vanwege cao-perikelen en de arbeidstijden het niet mogelijk is vanuit een dienstbetrekking als verpleegster deze werkzaamheden uit te voeren, is dit gat in de markt opgevuld door deze ZZPers.

 

Zij verplaatsen zich veelal in een auto met het A-label en hebben de passie om de patiënt een optimale verzorging te bieden. Zo ook heeft mijn cliënte de roeping om patiënten te verzorgen. De wens van de patiënt staat daarbij centraal. Mijn cliënte heeft haar werkzaamheden in loondienst gestaakt en heeft een klein autootje aangeschaft, visitekaartjes, een ondernemingsplan en een website laten maken. Vervolgens heeft zij diverse netwerkbijeenkomsten bezocht om in contact te komen met de bemiddelingsbureaus die de zorgvraag en  het zorgaanbod met elkaar in contact brengen. Mijn cliënte werkt veelal 48 uur continu en is altijd ter plaatse aanwezig. Zij slaapt op een klein matje in de woning van de patiënt en zorgt ervoor dat de volledige huishouding wordt gedaan, alsook de benodigde medische behandelingen. Zij staat in nauw contact met de diverse medici, die de patiënt begeleiden. Mijn cliënte kreeg aanvankelijk een zogenaamde VAR-verklaring waarmee vast kwam te staan dat zij als zelfstandige werkzaam was. Echter deze VAR-verklaring werd per 1 januari 2014 niet verleend, omdat de belastingdienst, afdeling VAR, gezeteld te Groningen van mening was dat er geen ondernemerschap in de zin van de wet inkomstenbelasting aanwezig was. De toekomst van mijn cliënte viel op dat moment in duigen. Zij had alles opgezegd en was vol gegaan voor haar nieuwe onderneming. Dat liep overigens ook als een speer, omdat zij vrijwel dagelijks opdrachten aangeboden kreeg om patiënten te verzorgen. Maar zonder een VAR-verklaring wilden de bemiddelingsbureaus geen zaken meer met mijn cliënte doen.

 

In de procedure die is gevoerd heeft de belastingdienst ook het standpunt ingenomen dat zij begrijpt dat er een gat in de markt is, waarin ZZPers, zoals mijn cliënte onmisbaar zijn. Ook in politiek Den Haag rollen de politieke kopstukken over elkaar heen met de mededeling dat het ontoelaatbaar is dat deze ZZPers niet als ondernemer kunnen worden aangemerkt. Zoals zo vaak blijft het bij woorden in Den Haag en kampt mijn cliënte dagelijks met de gevolgen doordat zij niet over een VAR‑verklaring kan beschikken. Gelukkig is mijn cliënte vechtlustig en is zij bereid tot de hoogste instantie door te vechten om de Rechtbank te overtuigen dat er sprake is van een ondernemerschap in de zin van de inkomstenbelasting. Immers zij loopt alle ondernemersrisico’s die maar denkbaar zijn. Indien haar auto onderweg naar een opdracht stil blijft staan, zal zij deze kosten voor eigen rekening moeten nemen en zal zij voor zichzelf een vervangster moeten vinden en inschakelen. Wanneer zij niet werkt verdient zij geen geld en wanneer zij ziek is evenmin. Zij is volledig aansprakelijk voor alle werkzaamheden die zij uitvoert. Ook voor haar aandeel in het op te maken zorgplan. Gelukkig heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden recent, in september 2014, een belangrijke uitspraak gedaan, die vrijwel naadloos op mijn cliënte kan worden gelegd. De zaak van mijn cliënte ligt momenteel in beroep bij de Rechtbank Noord-Nederland, die zal moeten beslissen nadat het bezwaar voor mijn cliënte negatief is uitgevallen. Omdat mijn cliënte duidelijkheid wenst over de toekomst en omdat zij in financiële nood dreigt te komen, zal er binnenkort een voorlopige voorziening worden gehouden teneinde de Rechtbank te verzoeken om op voorshand een oordeel te vormen omtrent de rechtsverhouding die mijn cliënte heeft met het bemiddelingsbureau.

 

Laten we hopen dat de Rechtbank, gelijk ook het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,  inziet dat hier sprake is van een ondernemer in de zin van de inkomstenbelasting. Mijn cliënte en met haar vele collega’s verdienen het om als ondernemer te worden aangemerkt.

 

Ik hoop u binnenkort via deze nieuwsbrief aan te kunnen geven op welke wijze de Rechtbank heeft geoordeeld omtrent de rechtsverhouding van mijn cliënte met het bemiddelingsbureau.

 

Copyright 2016 ©|  Webdesign door: ICT meester