skip to content

Pleiten in België

Ik had de kortgedingdagvaarding nog maar koud tien uren in mijn bezit toen het vijf uur in de ochtend was. Ik vertrok naar België voor het voeren van een pleidooi. Ongeveer vijftien jaren geleden had ik ook al eens een pleidooi gevoerd ten overstaan van een Belgische rechter. Ik wist derhalve dat ik op tijd moest zijn, want mijn ervaring was, wie het eerst komt wie het eerst maalt. 


Na een voorspoedige rit van ruim drie uren, kwam ik dan ook ruim op tijd voor de zitting van 9:00 uur aan. Ik kon het pand zomaar inlopen en ik werd op geen enkele wijze gescand. Sterker nog, bij de balie die moeilijk te vinden was, werd mij verteld waar de kamer van de voorzitter van de rechtbank was, alwaar ik mij kon melden. Ik liep dan ook door naar deze kamer om mij bij de voorzitter te melden. Deze verwees mij door naar de wachtruimte.


Ik kon vrij door het gehele pand lopen. Ik kon ook zo de zittingszalen binnen gaan. Het pand ademde de sfeer uit van de jaren 1920-1930. De grote zittingszaal was gelijk aan een kerkzaal. De zaal was voorzien van kerkbanken met op de voorgrond een podium met een tafel en een stoel. De wachtruimte was ook bijzonder. Het was een klein kamertje, een soort keuken, waar een wasbak was om de handen te wassen met zeep en een handdoek. 


Ongeveer een half uur van te voren kwamen er al enkele Belgische confrères binnen. Ik ontmoette de confrère waar ik tegen moest pleiten, en hij zou de voorzitter melden dat alle partijen aanwezig waren. Gelukkig voor mij, was mijn zitting als eerste gepland en hoefde ik niet te wachten. 


De zitting was zeer bijzonder. We zaten in de kamer van de voorzitter van de Eerste Kamer van Koophandel van een rechtbank in België. De voorzitter, een vrouw zat achter haar bureau en links achter haar ,zat de griffier te typen op een zeer ouderwetse typemachine. Mijn confrère begon te pleiten, maar het was volstrekt onverstaanbaar. 


Ik zat op een stoel zoals ik ook voor een stoel zal hebben gezeten indien ik bij de schoolmeester op het matje moest komen. Ik kon niet schrijven, er was geen gelegenheid voor en ik kon mijn tegenpleiter moeilijk verstaan. Mijn cliënt die ook aanwezig was bij de zitting, meldde aan de voorzitter dat het volstrekt onverstaanbaar was. Dit werd met name veroorzaakt doordat de overige Belgische confrères uitgebreid aan het discussiëren waren over allerlei koetjes en kalfjes op de gang, gelijk een koffieclub. Mijn cliënt vroeg dan ook of de deur van de kamer van de rechter dicht kon. De rechter antwoordde evenwel dat het een openbare zitting was en dat daarom de deur altijd open was.


Na het pleidooi van ongeveer tien minuten van mijn tegenpleiter, was het mijn beurt en ik stak van wal met enkele juridische opmerkingen. Na ongeveer 40 minuten verlieten wij de werkruimte van de voorzitter van de Kamer van Koophandel van de Belgische rechtbank. Ik was weer een ervaring rijker en ik constateerde dat het rechtssysteem, althans het houden van zittingen in Nederland beduidend beter was georganiseerd. Desondanks was het wederom een leuke ervaring om in België te pleiten.

 

Uiteindelijk is de kwestie waarvoor ik naar België was afgereisd, geschikt, welke beschikking vanzelfsprekend veel eerder tot stand had kunnen komen, maar helaas had de Belgische opponent gemeend een kort geding te moeten opstarten.

 

Copyright 2016 ©|  Webdesign door: ICT meester