skip to content

Het Kort Geding

Het is vrijwel bij iedereen bekend dat het voeren van gerechtelijke procedures veel tijd in beslag neemt. Het fenomeen Kort Geding is dan ook een uitstekend middel om binnen korte periode duidelijkheid te krijgen over de uitkomst van een geschil.

 

Echter niet alle geschillen zijn geschikt voor het voeren van een kort geding. Er moet namelijk wel een spoedeisend belang zijn.

 

Voor wat betreft geldvorderingen is de hoofdregel dat deze vorderingen in het algemeen geen spoedeisend karakter kennen. Bijzondere omstandigheden kunnen dit anders maken. Deze bijzondere omstandigheden moeten wel duidelijk worden verwoord. Verder is het belangrijk dat in een kort geding met een geldvordering enkel en alleen een voorschot kan worden gevorderd en niet de uiteindelijke schade.

 

In het hierna volgende zal ik twee recente korte gedingen bespreken, waarmee een geschil in korte periode tot een oplossing is gekomen.

 

Ik kreeg op een donderdagmiddag rond 17.00 uur bezoek van een cliënt die kort daarvoor kennis had genomen van het overlijden van een dierbare oom. Deze cliënt mocht evenwel niet naar de begrafenis, omdat naar zeggen van de nabestaanden de overledene een en ander uitdrukkelijk had bepaald. Mijn cliënt geloofde hier niets van omdat hij een uitstekende band had met zijn overleden oom. De begrafenis zou plaatsvinden de volgende dag, op een vrijdag om 13.00 uur. Om mijn cliënt toegang te verschaffen tot deze begrafenis was het noodzakelijk dat er meteen een kort geding zou worden aangevraagd. De rechtbank was bereid om dit kort geding de vrijdag ochtend om 10.30 uur te laten plaatsvinden, zodat voordat de begrafenis een aanvang zou nemen duidelijkheid zou zijn of mijn cliënt bij deze begrafenis aanwezig mocht zijn. Na veel telefoneren en schrijven (email-correspondentie) is op het laatste moment, een kwartier voordat het kort geding een aanvang zou nemen, een oplossing in der minne bereikt. Het was mijn cliënt toegestaan om op gepaste wijze deel te nemen aan de begrafenis.

 

Een andere situatie is een kwestie rondom het al dan niet toepassen van de beslagvrije voet op een zogenaamde beheersrekening.

 

Een beheerrekening wordt geopend door een bewindvoerder, die in het kader van een beschermingsbewind door de rechtbank is benoemd als bewindvoerder. In mijn praktijk zie ik veelvuldig dat schuldeisers, waaronder ook overheidsinstellingen beslag leggen op beheersrekeningen terwijl het bekend is dat het om een dergelijke rekening gaat. De schuldeisers stellen dat de beslagvrije voet niet van toepassing is op een dergelijke rekening, omdat het niet gaat om een periodieke betaling. Echter wanneer er beslag wordt gelegd op een beheersrekening die wordt aangehouden door de bewindvoerder heeft de belanghebbende geen enkel inkomen meer om zijn lopende verplichtingen te voldoen.

 

In één maand tijd heb ik ter zake van dergelijke kwesties 4 kort gedingen moeten voeren om schuldeisers en ook overheidsinstanties te overtuigen dat het niet toegestaan is om op een dergelijke rekening beslag te leggen. Doordat het beslag wordt opgeheven kan de belanghebbende, zijnde mijn cliënt weer beschikken over de benodigde gelden zodat de lopende verplichtingen kunnen worden voldaan. Ook is dan weer mogelijk dat de bewindvoerder het weekgeld van € 40,00 à € 60,00 aan de belanghebbende betaalbaar stelt, zodat deze zijn noodzakelijke levensbehoeften kan aanschaffen.

 

Copyright 2016 ©|  Webdesign door: ICT meester