skip to content

De Autobanden

Begin jaren negentig raakte ik betrokken bij een kwestie die op het eerste gezicht bijzonder eenvoudig was. De verhuurder waarvoor ik optrad had een vordering op een huurder voor achterstallige betalingen. Een casus die veelal eenvoudig  kan worden afgewikkeld. Er werd dan ook vrij vlot een verstekvonnis  verkregen waarin de huurder tot betaling werd veroordeeld.

 

Het grote probleem was evenwel dat deze huurder een lucratieve business had ontwikkeld. Dit bestond uit het inzamelen van autobanden. Het waren niet gewone autobanden, maar vaak grote banden van bulldozers, tractoren en dergelijke. Deze business was voor hem zeer interessant, want voor iedere  ingenomen band werden er forse betalingen aan de huurder gedaan. Vanzelfsprekend was deze huurder op geen enkele wijze aangesloten bij een organisatie en had hij ook nimmer de intentie om de banden op een legale wijze te verwerken. De handel was zeer goed gegaan. Het gehuurde was niet alleen volgestampt met banden, maar ook  het gehele perceel was meters hoog bezaaid met banden.

 

Alhoewel mijn cliënt toestemming had om het gehuurde te ontruimen dacht hij er niet aan om dit te laten doen, omdat dit hem erg veel geld zou gaan kosten. Immers, op dat moment zou de verhuurder alle kosten van het verwijderen van de autobanden en het verwerken hiervan moeten betalen. Het zou op dat moment gaan om een bedrag van meer dan 100.000 gulden.

 

Omdat het inzamelen van de  banden door de huurder zonder toestemming van de overheid had plaatsgevonden,  kwam ik tezamen met de verhuurder op het idee om een poging te ondernemen om het bestuursorgaan , in dit geval de provincie, te dwingen om bestuursdwang toe te passen. Onder bestuursdwang wordt verstaan , een actie van de overheid om de overtreder te dwingen de overtreding ongedaan te maken. Nadat het bestuursorgaan negatief had beslist, heb ik een bezwaarprocedure opgestart. Binnen deze bezwaarprocedure is er ook een voorlopige voorziening gevraagd. Deze voorlopige voorziening werd toegewezen, ondanks het feit dat het bestuursorgaan over een grote vrijheid beschikte om al dan niet bestuursdwang toe te passen.

 

Omdat het bestuursorgaan van zich zelfsprekend niet bij deze beslissing wilde neerleggen, zijn er vervolgens diverse procedures gevoerd ten overstaande van de Raad van State. In deze zaak heb ik vijf procedures moeten voeren ten overstaande van de Raad van State.  Helaas voor mijn cliënt heeft het eerste succes geen vervolg gekregen in de procedures voor de Raad van State. Uiteindelijk bleef mijn cliënt met lege  handen zitten, omdat de Raad van State uiteindelijk in de bodemprocedure besliste dat het bestuursorgaan niet kon worden verplicht om bestuursdwang toe te passen. Mijn cliënt had ook beter moeten uitkijken met welke huurder hij in zee was gegaan.

 

Het einde van deze zaak is dan ook geweest dat mijn cliënt geen andere mogelijkheid had op eigen kosten alle autobanden te verwijderen. Het laat zich raden dat degene die uiteindelijk deze kosten zou moeten betalen, zijnde de huurder, nooit heeft betaald, en dat mijn cliënt in de toekomst regelmatig toezicht heeft gehouden op de praktijken en handelswijze van nieuwe huurders. Hij wilde vanzelfsprekend niet weer geconfronteerd worden met een huurder die illegaal afval aan het verzamelen was.

 

Copyright 2016 ©|  Webdesign door: ICT meester