skip to content

De kroongetuige

Het zal ongeveer midden jaren 90 zijn geweest in een klein pittoresk Kantongerecht ergens in Nederland. Op een middag diende er in een zaak een getuigenverhoor te worden afgenomen in een civiele procedure. De getuige die zou worden gehoord was de kroongetuige. Zijn verklaring zou dan ook de uitkomst van de procedure bepalen.

 

Nadat de getuige plaats had genomen op de stoel tegenover de Kantonrechter die hem bemoedigend en vriendelijk toekeek, vertelde de getuige dat dit de eerste keer was in zijn leven dat hij onder ede een verklaring diende af te geven. Hij vertelde de Kantonrechter dan ook dat hij erg zenuwachtig was en daarom zijn echtgenote had meegenomen. Nadat de formele plichtplegingen waren afgerond vroeg de Kantonrechter aan de getuige of hij de eed of de belofte wenste af te leggen , zulks ter bevestiging dat hij de waarheid zou spreken. De man vertelde dat hij graag de eed wilde afleggen.

 

De rechter vroeg de getuige te gaan staan en de eed af te zweren. Echter de getuige was ondertussen al zo zenuwachtig geworden dat hij de navolgende woorden uitsprak; ‘Zo helpe mij God allemachtig’, de Kantonrechter corrigeerde vanzelfsprekend de getuige, omdat hij had moeten zeggen; ‘zo helpe mij God Almachtig’. Ondertussen waren de zenuwen niet meer beheersbaar geworden en de getuige vroeg of zijn echtgenote zijn hand mocht vasthouden, omdat hij zich erg onzeker voelde. De Kantonrechter alsook de aanwezige gemachtigden maakten hiertegen geen bezwaar waarnaar de echtgenote haar stoel in de nabijheid schoof van de getuige om zodoende de hand van haar man vast te kunnen houden. Gedurende het gehele verhoor dat ongeveer een halfuur duurde heeft de getuige de hand van zijn echtgenote vastgehouden.

 

Copyright 2016 ©|  Webdesign door: ICT meester